Doodsangst

Ik ben bang voor de dood. Zo, daar staat het, zwart op wit. Het is niet onbegrijpelijk dat ik bang ben voor de dood. Mijn vader overleed toen ik 14 was en pas recentelijk ben ik erachter gekomen wat de echte impact daarvan was. Ik denk dat het grootste deel van de wereldbevolking bang is voor de dood, maar we praten er weinig over. De dood is voor veel mensen abstract, ongrijpbaar. Zelfs voor een gelovig persoon zoals ik. Begrijp me niet verkeerd, mijn geloof was en is een enorme bron van troost in tijden van overlijden. En toch ben en blijf ik een mens, eentje met een gebroken hart van een vader die gemist wordt.

Tegelijkertijd heeft het overlijden van mijn vader me veel waardevolle dingen geleerd. De belangrijkste is hoe kostbaar onze tijd is. Ik heb een persoonlijke aversie tegen mensen die zeggen: ‘Ik ga de komende jaren knallen, hard werken, veel geld verdienen, zodat ik vroeg kan pensioeneren. Dan kan ik genieten van mijn harde werk en lekker ontspannen.’ Want mijn ervaring is: wat als je dat niet haalt? Wat als je overlijd voordat je je pensioengerechtigde leeftijd behaalt? Zoals mijn vader, die 55 jaar was toen hij overleed. Daarom heb ik een aversie tegen een ‘ik geniet wel van het leven als ik gepensioneerd ben’-houding. Want ik weet uit ervaring dat je er niet zeker van bent of je je pensioen haalt. Daarom is het dus maar beter om vandaag te gaan leven alsof elke dag er toe doet.

Lees verder

Stappen tellen

Tijdens mijn tijd in Namibië volgde ik bavianen in een woestijnlandschap. We volgden ze de hele dag, van zonsopkomst tot zonsondergang. En hoewel het een geweldige ervaring was, was het niet altijd makkelijk.

Het was de Afrikaanse winter, wat betekende dat de nachttemperaturen rond het vriespunt kwamen terwijl je in een tent sliep. Daarnaast stonden we vroeg op, voor zonsopkomst (zo rond 5:00u), om er zeker van te zijn dat we op tijd bij de troep aankwamen. Dat vergde een fysiek veeleisende wandeling, wat in het bijzonder zwaar was als de bavianen op een slaapklif sliepen die ver weg lag. We moesten elke dag zo’n vijf liter water meedragen om goed gehydrateerd te blijven tijdens de lange warme dagen. En dan pas begonnen we aan onze echte werkdag om de troep de hele dag te volgen, waar ze ook heengingen.

Lees verder

Volharding

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is IMG_2868_cr-1024x689.jpg

Een tijdje terug waren mijn vriend en ik in Schotland, waar we naast Loch Achray kampeerden. Vanuit onze tent hadden we een prachtig uitzicht op Ben A’an, een 454 meter hoge berg. Ja, ik ben me ervan bewust dat in het Verenigd Koninkrijk een berg officieel pas zo geclassificeerd wordt als de top 600 meter of hoger is. Maar aangezien het hoogste punt in Nederland 322 meter is, verklaar ik hierbij Ben A’an tot berg.

Een heldere dag begroette ons bij het opstaan en het uitzicht op Ben A’an had een sterke aantrekkingskracht op ons. Mijn ‘Wild’ reisgids beschreef Ben A’an als ‘giving perhaps the best views-to-effort ratio of any Scottish mountain’ (‘waarschijnlijk de beste uitzicht-tot-moeite ratio van de Schotse bergen gevend’), ons geen keuze latend over de beklimming. Dus daar gingen we, waarbij mijn vriend me soms afremde als mijn enthousiasme me weer eens deed versnellen naar een onhoudbaar tempo. We wandelden langs een prachtig landhuis vermomd als kasteel, hoorden een stroompje kletteren, passeerden een brug en wandelden langs een droevige vlakte vol omgehakte bomen. En toen kwam het steile stuk. Het stuk waarvan ik vertwijfeld vroeg: ‘Ehm, denk je dat het die top is?’. Totdat we een glimp opvingen van een felrode jas en ons realiseerden dat, inderdaad, het laatste stuk van de klim zo steil zou zijn.

Lees verder

En passant

Terwijl ik mij richtte op Steinbeck, de baviaan die ik volgde, trok iets vanuit mijn ooghoeken mijn aandacht. Tussen de dunne struiken door kwam een steenbokantilope onze kant op. Hij keek me even aan, waarna hij zijn interesse verloor: de bavianen om me heen vonden me niet alarmwaardig, dus leek de anders zo schichtige steenbok ook te concluderen dat ik geen gevaar vormde. De volgende 15 minuten lang scharrelde hij naast ons rond, op zoek naar verse blaadjes in de dorre woestijn. Enkel uitwijkend voor de paar bavianen die hem iets te dicht naderden, vervolgde hij onverstoorbaar langzaam zijn weg, totdat hij uit mijn zicht verdwenen was.

Als een Jona op de berg

Nu liet God, de HEER, een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergernis te verdrijven. Jona was opgetogen over de plant. Maar de volgende morgen, bij het aanbreken van de dag, liet God de plant door een worm aanvreten, zodat hij verdorde. En toen de zon opkwam, liet God een verzengende wind uit het oosten waaien; de zon brandde zo op Jona’s hoofd dat hij door de hitte werd bevangen. Hij bad om te mogen sterven: ‘Ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’
Jona 4:6-8, NBV


In Tsaobis voelde ik me af en toe net Jona. Hij zat op een heuvel naar Nineve te kijken, ik zat regelmatig op een heuvel naar bavianen te kijken. Maar ik kan me het meest verplaatsen in hoe hij zich moest voelen toen zijn boom, en daarmee zijn schaduw, van hem weggenomen werd. Lees verder

Ontroerende ontmoetingen

Gemiddelde maximum temperatuur: 24,1 °C
Gemiddelde minimum temperatuur: 7,4 °C
Zonsopkomst: 06:34
Zonsondergang:  17:22

Olifantrus, Etosha
In het duister van de nacht zag ik hem langzaam mijn kant op bewegen. In plaats van om de krappe bosjes heen te gaan, ging hij dwars door de schaarse begroeiing heen. De takken schuurden langs zijn grijze huid, wat een schrapend geluid gaf. Hij vervolgde onverstoord zijn weg langs de waterkant, met een duidelijk doel voor ogen. Op vijf meter afstand van de schuilhut kwam de olifant tot stilstand bij de waterplas, onder het venster waar ik zat. In het rode licht zag ik hoe hij met zijn slurf tastend op zoek ging naar water. Een luid slurpgeluid borrelde op van onder mij, waarna hij zijn slurf naar zijn mond bracht om hem te legen: het klonk alsof iemand een emmer water leeggooide. Elke keer dat hij dit ritueel herhaalde, verbaasde ik me over de wonderlijkheid van zijn slurf. Ik was zo dichtbij dat ik elke spier in zijn slurf zag samentrekken. Dikke rimpels ontstonden, vooral als zijn slurf aan zijn lippen stond. Ademloos zat ik te kijken naar de indrukwekkende verschijning. Waar heb ik het aan verdiend, schoot door mijn hoofd terwijl de emoties de overhand kregen, dat ik dit allemaal mee mag maken?

Lees verder

Apenstreken

Gemiddelde maximum temperatuur: 30 °C
Gemiddelde minimum temperatuur: 13 °C
Zonsopkomst: 06:23
Zonsondergang:  17:23

Ergens in de Swakop rivier, Noord-West
De schaduw geeft iets verkoeling, maar niet veel. Het is half 1 en de zon staat op haar hoogste punt. Om me heen hoor ik geknisper en geknabbel van de bavianen, terwijl af en toe een briesje om mijn hoofd waait. Recht voor me liggen de heuvels die we ongetwijfeld nog gaan beklimmen in de resterende 6 uur daglicht, achter me liggen de heuvels die we al overwonnen hebben. We volgen J-troop, en die is berucht om zijn klimgraagheid. De heuvels mogen dan fysiek wel zwaar zijn, ik heb ze liever dan het bosland waar we ons nu in bevinden. We moeten de hele dag de bavianen volgen, en dat gaat toch echt makkelijker op de open rotsen dan in de dichte vegetatie van de boslanden.

Lees verder

Daarom noemen ze het nevelwoud

Een weekend in El Copé schetste de prachtige natuur die op deze beelden is vastgelegd. Natuurschoon omringde mij, in de rol van stille getuige. Op een hoogte van 1600 meter zaten wij op de grens van noord en zuid: de bergketen Serranía de Tabasará verdeelt Panama in vochtig tropisch regenwoud aan de Caribische kant en bergbossen aan de Pacifische kant (noord respectievelijk zuid). Bij helder weer is Nationaal Park Omar Torrijos een van de weinige plekken in Panama waar je zowel de Caribische als de Pacifische kust kan zien. Wij hadden het geluk om ons omringd te voelen door het nevelwoud: de wolkenflarden ontnamen ons het zicht op de beide kusten, maar plaatsten ons op een eiland tussen een zee van nevels.

Hou me vast

Hand in hand zaten we daar. Of eigenlijk hand in voet. Met haar handen omklemde ze namelijk stevig mijn been, die daardoor tegen de kooi aangedrukt werd. Preciosa is een slingeraap, en ze is depressief. Niet gek als je jarenlang in een kleine kooi opgesloten hebt gezeten, in een etablissement dat tot drie uur ‘s nachts geopend was. Dronken mannen hielden eten buiten haar kooi om haar te lokken, om vervolgens de botten in haar uitgestrekte arm en vingers te breken met hun benevelde kracht. Nu probeert ze met haar misvormde, aaneengegroeide vingers een stukje banaan uit haar voerbakje te halen.

Hand in voet Lees verder

Spidershine

Zoals alle nachten, voelt ook deze als een warme deken om me heen. Het heeft weinig geregend, dus klam is het niet. Ik loop met mijn grote rugzak vol veldbenodigdheden over het pad, mijn twee speakers zorgvuldig in mijn handen. De helling is stijl, krijg ik mijn speakers wel in een keer naar beneden? Voorzichtig balanceer ik, en dan een kleine sprong. Ik kijk achterom: hoe we dat op de terugweg doen zien we dan wel weer.

Ik zet mijn nieuwe experiment op (lees hier het wat het vorige experiment was). Speaker aan de ene kant, speaker aan de andere kant. In dit nieuwe experiment kijken we naar de invloed van habitat op de predatievoorkeur van vleermuizen. Heeft vegetatie invloed op de echolocatie van vleermuizen? Daarnaast bestaat het vermoeden dat vegetatie een effect heeft op de hoeveelheid parasitaire vliegjes die de kikkers lastigvallen. De speakers spelen het geluid af van de tùngarakikkers (luister ook hier), soms met vegetatie bovenop de speakers en soms zonder. We hopen hierdoor een interactie te kunnen zien tussen vegetatie en het predatierisico door vleermuizen of parasitaire last door de bloedzuigende vliegen. Ik zet de camera’s op hun plaats, zodat zij de stille getuigen kunnen zijn van de vleermuizen. De vliegenvallen liggen met hun plakkerigheid klaar om nietsvermoedende vliegjes niet meer los te laten. Infraroodlampen, camera’s, actie! Lees verder